Column: De bijtelling
Er is geen onderwerp waarover in Nederlandse kantoortuinen zoveel wordt gesproken met zo weinig kennis van zaken.
Bij de koffieautomaat weet iedereen zijn percentage. Achttien. Tweeëntwintig. Zeventien nog, van een auto uit een gelukkiger tijdperk, en die man vertelt het er graag bij. Het percentage is een sociale eigenschap geworden, ergens tussen een sterrenbeeld en een golfhandicap in.
Wat vrijwel niemand weet, is wat hij er netto per maand voor betaalt.
Dat is een merkwaardige combinatie. Het is het enige bedrag op uw loonstrook waar u zelf voor heeft gekozen, en het is meestal ook het bedrag waar u het minste van begrijpt.
Wat bijtelling is
Gebruikt u een auto van de zaak ook privé, en rijdt u daarmee meer dan 500 privékilometers per jaar, dan ziet de Belastingdienst dat als loon in natura. Een percentage van de cataloguswaarde wordt bij uw brutoloon opgeteld. Over dat bedrag betaalt u inkomstenbelasting.
U betaalt dus niet de bijtelling zelf. U betaalt belasting over de bijtelling. Dat verschil is precies waar de meeste misverstanden ontstaan, en het scheelt ruwweg de helft.
Woon-werkverkeer telt voor de bijtelling als zakelijk. Onthoud dat, want bij de pseudo-eindheffing werkt het anders en dat leidt tot verwarring.
De percentages
Voor benzine, diesel, LPG en hybride geldt 22 procent over de volledige cataloguswaarde. Daar is de afgelopen jaren niets aan veranderd en er is ook niets aangekondigd.
Voor volledig elektrische auto's loopt de korting af:
- Tenaamstelling in 2025: 17 procent over de eerste 30.000 euro, 22 procent daarboven
- Tenaamstelling in 2026: 18 procent over de eerste 30.000 euro, 22 procent daarboven
- Tenaamstelling in 2027: 20 procent over de eerste 30.000 euro, 22 procent daarboven
- Tenaamstelling vanaf 2028: 22 procent over de volledige cataloguswaarde
De zestigmaandenregel
Hier zit het bedrag dat de moeite waard is.
Het percentage dat geldt op het moment dat de auto voor het eerst op naam wordt gezet, staat zestig maanden vast. Vijf jaar. Dat betekent dat de datum van tenaamstelling een beslissing is met een looptijd, en niet een administratief moment.
Neem een elektrische auto van 45.000 euro.
Tenaamstelling in 2026: 18 procent over 30.000 is 5.400 euro, plus 22 procent over 15.000 is 3.300 euro. Bruto bijtelling 8.700 euro per jaar.
Tenaamstelling in 2027: 20 procent over 30.000 is 6.000 euro, plus dezelfde 3.300 euro. Bruto bijtelling 9.300 euro per jaar.
Het verschil is 600 euro bruto per jaar. Over vijf jaar 3.000 euro. Bij een belastingtarief van 37 procent betaalt u netto ongeveer 1.100 euro meer, bij 49,5 procent ongeveer 1.500 euro. Voor een auto die er verder identiek uitziet.
Levertijden bepalen dus mede uw belastingaanslag. Dat klinkt als een grap en het is er geen.
Wat u netto per maand kwijt bent
De rekensom die u aan de koffieautomaat zelden hoort:
Benzineauto van 40.000 euro. Bijtelling 22 procent is 8.800 euro bruto per jaar. Bij een tarief van 37 procent betaalt u daar ongeveer 3.256 euro belasting over, oftewel ruim 270 euro netto per maand. Bij 49,5 procent is dat ruim 360 euro per maand.
Elektrische auto van 40.000 euro, tenaamstelling 2026. Bijtelling is 18 procent over 30.000 plus 22 procent over 10.000, samen 7.600 euro bruto. Bij 37 procent betaalt u ongeveer 234 euro netto per maand.
Het verschil tussen die twee auto's is ongeveer veertig euro per maand. Dat is minder dan veel mensen denken, en het is precies waarom de keuze zelden alleen op bijtelling gemaakt zou moeten worden.
De rekensom die daarnaast staat
Vanaf 1 januari 2027 betaalt uw werkgever daarnaast een pseudo-eindheffing van 12 procent per jaar over de cataloguswaarde van elke fossiele personenauto die ook privé wordt gebruikt. Voor de heffing telt woon-werkverkeer wél als privégebruik, ook als u onder de 500 privékilometers blijft.
Die heffing komt bovenop uw bijtelling en mag niet aan u worden doorberekend. Bij een auto van 50.000 euro kost dat de werkgever zesduizend euro per jaar. Voor auto's die al vóór 2027 ter beschikking waren gesteld geldt een overgangsregeling, en die is in 2026 verruimd. Er zijn uitzonderingen voor kortdurende inzet en voor vervangend vervoer bij schade of onderhoud.
De praktische gevolgtrekking is simpel. Vanaf 2027 wordt de fossiele auto van de zaak voor werkgevers duurder, en dat gaat merkbaar invloed hebben op wat er in autoregelingen wordt aangeboden.
Wanneer zelf kopen aantrekkelijker is
Voor ondernemers en dga's is bijtelling niet het eindpunt van de rekensom maar het beginpunt.
Rijdt u weinig privékilometers, dan kan een sluitende rittenregistratie de bijtelling volledig laten vervallen. Dat vraagt discipline, want de Belastingdienst hanteert bij controle geen coulance.
Rijdt u juist veel kilometers of houdt u auto's lang aan, dan is bezit vaak gunstiger dan een leasevorm waarbij u de auto na afloop inlevert. Bij financial lease staat de auto op uw balans, bouwt u eigendom op en kunt u gebruikmaken van afschrijving. U bepaalt zelf uw kilometrage en uw onderhoudspartij, wat bij hoge kilometrages een aanzienlijk verschil maakt.
Rijdt u privé en niet zakelijk, dan is een autolening de eenvoudigste route: geen bijtelling, geen rittenregistratie, en de auto is direct van u.
Kort samengevat
Uw percentage is niet uw bedrag. De datum van tenaamstelling telt vijf jaar mee. En vanaf 2027 verschuift een deel van de rekening naar uw werkgever, wat gaat bepalen welke auto's er nog op de lijst staan.
Bij de koffieautomaat blijft het percentage. Dat is prima. Dat is de sociale functie.
Maar de rekening staat op uw loonstrook, en die is de moeite van het lezen waard.
Wilt u weten of bezit in uw situatie gunstiger uitpakt dan lease? Bekijk de mogelijkheden voor financial lease of bereken uw autolening.