Column: De SUV-rijder

Om tien over half negen komt hij de wijk in. Twee meter breed, anderhalve meter hoog, permanente vierwielaandrijving en een bodemvrijheid waarmee u een beek kunt oversteken.

De afstand tot het schoolplein is negenhonderd meter.

Er zit één kind achterin. Het andere is te voet, omdat het ruzie had.

Het parkeerprobleem

Bij de school begint het echte werk. De vakken zijn getekend in 1997, toen de gemiddelde gezinsauto een Volkswagen Golf was en een Renault Espace als kolossaal gold. In zo'n vak passen deze auto's niet. Ze passen er benaderend in.

Dus staat hij daar, met een wiel op de stoep en een spiegel boven het fietspad, en drukt hij op de knop waarmee de spiegels inklappen. Dat is een prachtige knop. Het is ook de enige technische voorziening op deze auto die dagelijks wordt gebruikt.

Want de terreinstand is nooit ingeschakeld. De sleepogen zijn nooit gebruikt. De dakrails dragen sinds de aflevering niets zwaarders dan stof. En de knop met het bergafwaartse pictogram roept alleen bij zonsopgang op de A28 kortstondig de vraag op waar die eigenlijk voor is.

Begrijp ons goed

Hier hoort geen preek te volgen. Een SUV zit hoog en dat rijdt prettig. U kijkt over de file heen. U stapt in en uit zonder uw knieën aan te spreken. Er past een kinderwagen, een hond en een halve verhuizing in. Voor wie vaak lange afstanden rijdt of regelmatig een aanhanger trekt, is het gewoon de juiste auto.

Het punt is een ander. Het punt is dat de meeste mensen die keuze maken op basis van hoe de auto voelt in de showroom, en niet op basis van wat hij doet met hun maandlasten.

Waar het geld heen gaat

Drie dingen maken een grotere auto duurder, en ze werken alle drie stilletjes.

Verbruik. Een SUV weegt meer en vangt meer wind. Reken op grofweg één tot twee liter per honderd kilometer boven een vergelijkbare stationwagen. Bij 15.000 kilometer per jaar en een literprijs die de laatste tijd tussen de 2,30 en de 2,60 heeft geschommeld, praat u over 350 tot 700 euro per jaar. Dat is dertig tot zestig euro per maand die niet in uw financieringsvoorstel staat.

Gewicht. De motorrijtuigenbelasting wordt berekend op gewicht en verschilt per provincie. Een paar honderd kilo extra tikt daar structureel door, elk kwartaal, jarenlang.

Afschrijving. Dit is de grote. Een auto die nieuw 55.000 euro kost, verliest in de eerste drie jaar doorgaans een fors deel van zijn waarde, en bij grote modellen in het hogere segment gaat dat vaak sneller dan bij compactere auto's die op de tweedehandsmarkt makkelijker verkopen. Afschrijving is geen rekening die u ontvangt. Het is een bedrag dat u pas ziet op het moment dat u inruilt.

De rekensom die de moeite waard is

Zet naast de maandlast van uw financiering een tweede regel met verbruik, verzekering en wegenbelasting erbij. Dat is uw werkelijke maandbedrag. Bij een SUV ligt dat tweede getal vaak vijftig tot honderd euro hoger dan bij een gelijkwaardige auto een klasse kleiner.

Dat hoeft geen reden te zijn om af te zien van de auto die u wil. Het is wel een reden om die kosten mee te nemen in de looptijd die u kiest. Een langere looptijd verlaagt uw maandlast maar verhoogt uw totale kosten, en bij een auto die relatief snel in waarde daalt vergroot dat de kans op een restschuld aan het eind.

Bij een autolening is de auto direct uw eigendom, waardoor u zelf bepaalt waar u onderhoud laat doen en hoeveel kilometers u rijdt. Dat scheelt bij een auto die u vooral gebruikt voor korte ritten, want daar zijn kilometerbundels zelden voordelig.

Om drie uur staat hij er weer. Wiel op de stoep, spiegel ingeklapt, motor loopt.

Negenhonderd meter verderop ligt het huis.

Benieuwd wat uw auto werkelijk per maand kost? Bereken uw autolening, of bekijk financial lease als u zakelijk rijdt.