Column: Wat opties werkelijk kosten

Eerder ging het over de configurator en de veertien beslissingen die stuk voor stuk redelijk voelen. Vandaag de rekensom eronder.

Want een optie van 2.000 euro kost u geen 2.000 euro. Hij kost u 2.000 euro, plus de rente die u daarover betaalt, min het bedrag dat u er bij inruil voor terugkrijgt.

Dat laatste getal is bijna altijd het kleinste van de drie, en het is ook het getal waar in de showroom nooit over wordt gesproken.

Drie bedragen, niet één

Neem een panoramadak van 1.850 euro op een auto die u zes jaar financiert.

De meerprijs is 1.850 euro. Bij een gangbare rente over 72 maanden betaalt u daar ruwweg 250 tot 300 euro rente bovenop. Totale kosten dus rond de 2.100 euro.

Bij inruil na zes jaar is dat dak niet meer 1.850 euro waard. Het is onderdeel van de auto geworden. Een taxateur kijkt naar uitvoering, kilometerstand, staat en marktvraag, en telt niet netjes de optielijst bij elkaar op. Wat u terugziet is een deel van de meerprijs, en bij de meeste opties is dat een kleiner deel dan mensen verwachten.

Dat is geen fout in het systeem. Zo werkt afschrijving. Maar het betekent wel dat een optie in de praktijk vaak twee tot drie keer duurder uitpakt dan het bedrag op de prijslijst suggereert.

Welke opties hun waarde beter houden

Er zit systeem in. Opties die de auto voor een grote groep kopers bruikbaarder maken, houden hun waarde beter dan opties die vooral over smaak gaan.

Doorgaans waardevast:

  • Automatische transmissie. In veel segmenten is dit inmiddels de norm en een handbak beperkt uw kopersgroep aanzienlijk.
  • Trekhaak. Kost weinig en verbreedt de markt bij verkoop.
  • Moderne veiligheids- en rijassistentiesystemen. Adaptieve cruisecontrol, dodehoekdetectie, camera's.
  • Navigatie en een volwaardig infotainmentsysteem, zeker als het merk anders geen fatsoenlijke integratie biedt.
  • Stoelverwarming en airconditioning of climate control. Iedereen wil het en niemand vraagt erom bij de aankoop.
  • Bij elektrische auto's: een groter accupakket en snellaadmogelijkheden.

Doorgaans slecht terugverdiend:

  • Uitgesproken lakkleuren. Een felle kleur beperkt uw kopersgroep. Wit, zwart, grijs en zilver verkopen het makkelijkst.
  • Zeer grote velgen. Ze kosten meerprijs, verhogen uw bandenkosten, verlagen het comfort en leveren bij inruil weinig op.
  • Exotische bekleding. Een gekleurd lederen interieur is een smaakkwestie en smaak is geen waarde.
  • Sfeerverlichting, decoratieve panelen en zichtpakketten.
  • Panoramadaken. Gewild bij een deel van de kopers, maar zelden goed voor een meerprijs die in de buurt komt van wat het nieuw kostte.

De vuistregel erachter: vraag uzelf af of de volgende koper deze optie zou missen als hij er niet was. Bij een automaat wel. Bij sfeerverlichting in negenendertig kleuren niet.

Het pakket-effect

Nog iets waar in de configurator handig gebruik van wordt gemaakt.

Optiepakketten worden gepresenteerd als voordeel: 3.800 euro aan opties voor 2.200 euro. Dat klopt rekenkundig, maar het is een vergelijking met een prijs die niemand betaalt.

De vraag is niet of het pakket goedkoper is dan de losse opties. De vraag is of u de vier opties in dat pakket alle vier wil. Wilt u er twee, dan betaalt u 2.200 euro voor twee opties en niet voor vier. Dan is het geen korting maar een toeslag.

Bij inruil geldt hetzelfde: het pakket wordt niet als pakket gewaardeerd, maar de auto wordt gewaardeerd als geheel.

De rekensom die de moeite waard is

Er is een eenvoudige toets die u bij elke optie kunt doen.

Deel de meerprijs door het aantal maanden van uw looptijd. Een panoramadak van 1.850 euro over 72 maanden is ruim 25 euro per maand. Een optiepakket van 2.200 euro is ruim 30 euro per maand. Grote velgen van 1.400 euro zijn bijna 20 euro per maand, plus een hoger bedrag telkens als u nieuwe banden nodig heeft.

Zet die bedragen naast elkaar en de vraag verandert. Niet: wil ik dit dak? Maar: wil ik zes jaar lang 25 euro per maand voor dit dak?

Dat is een andere vraag, en hij levert vaak een ander antwoord op.

Wat dit betekent voor uw financiering

Twee praktische punten.

Ten eerste. Hoe meer u aan slecht renderende opties uitgeeft, hoe groter het verschil wordt tussen wat u financiert en wat de auto over een aantal jaren waard is. Bij een financiering met een hoge slottermijn vergroot dat de kans op een restschuld, omdat de auto dan minder waard kan zijn dan het bedrag dat u nog moet aflossen.

Ten tweede. Een kortere looptijd betekent een hogere maandlast maar lagere totale kosten, en de auto loopt sneller vooruit op zijn eigen waardedaling. Wie veel opties kiest, doet er verstandig aan de looptijd niet ook nog eens op te rekken om de maandlast draaglijk te houden. Dat is precies de combinatie waar het misgaat.

Bij een autolening is de auto direct uw eigendom en lost u af naar nul, zonder slottermijn en zonder de vraag wat de auto aan het eind nog waard moet zijn. Voor ondernemers werkt financial lease hetzelfde, met de auto op uw balans.

Kort samengevat

Opties zijn niet zonde. Een auto waar u zes jaar in rijdt mag comfortabel zijn, en een automaat of stoelverwarming verdient zichzelf in dagelijks plezier terug ongeacht wat de taxateur ervan vindt.

Maar reken ze door per maand, kies waar mogelijk de opties die de volgende koper ook wil, en laat de looptijd niet meegroeien met de optielijst.

De metallic lak van 950 euro is 13 euro per maand.

Dat is misschien precies wat u ervoor over heeft. Dan is het een goede keuze.

Wilt u zien wat een bepaald aanschafbedrag betekent voor uw maandtermijn? Bereken uw autolening of bekijk de mogelijkheden voor financial lease.